Een tandartsrekening bestaat uit prestaties: handelingen die ieder een eigen code hebben. De code maakt een rekening beter leesbaar, maar is nooit los van de behandeling te beoordelen. De actuele prestatiebeschrijving en de voorwaarden van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) blijven leidend.
Drie vragen bij iedere code
- Welke zorg is geleverd? De omschrijving bij de code moet passen bij wat er daadwerkelijk is gedaan.
- Welke voorwaarden gelden er? Sommige prestaties mogen alleen in een specifieke situatie of combinatie worden gebruikt.
- Zijn er aparte kosten? In de NZa-tabel staat bij sommige prestaties een sterretje. Dat betekent niet automatisch een toeslag, maar wel dat materiaal- en/of techniekkosten onder voorwaarden afzonderlijk kunnen voorkomen.
Maximumtarief is niet hetzelfde als een compleet behandelbedrag
NZa-tarieven zijn maximumtarieven voor de prestaties die in de regeling staan. Een behandelvoorstel kan uit meer dan één prestatie bestaan. Eventuele techniek- of materiaalkosten horen, waar van toepassing, duidelijk gespecificeerd te worden. Daarom werkt een overzicht het best wanneer het niet alleen codes toont, maar ook de stappen van het behandelplan begrijpelijk ordent.
Hoe bepaalt de NZa de maximumtarieven?
De NZa herijkt de tarieven periodiek met een kostprijsonderzoek. Een tarief moet de redelijke kosten van zorg, personeel en huisvesting kunnen dekken, zonder dat patiënten en verzekerden te veel betalen. Dat is in de mondzorg extra belangrijk: veel volwassenen betalen de rekening zelf en zorgverzekeraars sluiten maar beperkt contracten met mondzorgaanbieders.
Voor de tarieven van 2026 onderzocht de NZa het afgeronde boekjaar 2023. Sira Consulting verzamelde en controleerde de gegevens. Bij de opzet en uitvoering waren vertegenwoordigers van tandartsen, orthodontisten, zorgverzekeraars en patiënten betrokken.
Normatieve arbeidskosten zijn geen persoonlijk inkomen
De NZa bepaalt niet hoeveel een individuele praktijkhouder verdient. In de tariefberekening zit wel een normatieve arbeidskostencomponent voor een fulltime praktijkhouder van 36 uur of meer. Voor 2026 bedraagt die component € 211.346 voor een praktijkhoudend tandarts en € 223.093 voor een praktijkhoudend orthodontist per fte. Deze bedragen omvatten niet alleen salaris, maar ook verzekerings- en pensioenpremies. Organisatie, praktijkomvang en ondernemerskeuzes blijven bepalend voor het werkelijke inkomen.
Maak het gesprek controleerbaar
Een goed overzicht helpt een patiënt én het praktijkteam om dezelfde vragen te beantwoorden: wat is voorgesteld, welke fases horen daarbij en welke posten staan er op de begroting? Bij onduidelijkheid is de praktijk de eerste plek voor uitleg; controleer daarna altijd de actuele NZa-regeling, omdat tarieven en voorwaarden kunnen veranderen.
ODental gebruikt deze informatie niet om automatisch te declareren of om een klinische conclusie te trekken. Het doel is een helder, controleerbaar behandelplan waarin het team de inhoud zelf bepaalt.